Kwartierstaat Van Leijenhorst - De Waard:
Jan VI was ridder, heer van Rijnauwen, heer van Baarland, Vinningen en Ligtenberg.
"Heer Jan van Renesse van Rhijnauwen, ridder, comt t'Utrecht binnen anno 1426, dat hij sterft
in Martio 1438. Nae dode heer Jans sijns vaders leenvolger anno 1416".
Als hoofd van de partij der Lichtenbergers uit de stad Utrecht verbannen, verrastte hij op
Pinksteren 1426 met 14 in monnikspijen geklede edelen de stad en nam deze in bezit voor de
postulaat (aspirant bisschop) Rudolph van Diepholt.
Trouwt (2) Aleid (Rixe?) de Rover van Zuijlen, Hendriksdr.
"Heer Jan van Renesse van Rhijnauwen, ridder, comt t'Utr binnen anno 1426, dat hij sterft in
Martio 1438. Nae dode heer Jans sijns vaders leenvolger anno 1416.
Had te wijve I Jofr. Belij Jacobsdr. van Zulen van Nijvelt; II Jofr. Rixe dr. van Henric de
Rover van Zulen."
d.d.27 juli 1418:
Ten overstaan van Gijsbert van Renen, schout in het Gaasbeekse gerecht te Zeist, dragen
bartout Loef van den Gheijne en zijn vrouw Jonkvrouwe Coenegont in eigendom over aan heer
Johan van Renesse van Rijnouwen het huis en de hofstede met singel, genaamd Kersbergen,
met 5 morgen, 4 hont land en 12 roeden wetering, gelegen aan de Kerkweg can Cattenbroek tot
Zeist gaande.
Verder transporteren Claes Dirksz. en Herman Dirksz. c.s. aan Johan van Renesse van Rijnouwen
10 morgen land met de hofstede, genaamd Middelbroek, eveneens gelegen in het Gaasbeekse gerecht
te Zeist aan de genoemde Kerkweg.
Op 20 febr. 1487 wordt Johanna Jan Schassertsdr. door de abt van Oostbroek beleend met een
jaarlijkse rente groot 15 Rijnse guldens, gevestigd op 5 morgen, 4 homt land met 12 roeden
wetering, en het huis, de hofstede en singel genaamd Kerbergen, met nog 10 morgen land genaamd
Middelbroek en 5 morgen land gelegen in Kattenbroek, leen van de genoemde abdij, na opdracht
van Vincent van Renesse.
Hieruit blijkt dat Kersbergen blijkbaar niet in de Renesse van Rijnouwen-tak is gebleven, maar
is overgegaan/ overgedragen aan de jongere tak.
Tr. 1) Belij van Zuijlen van Nijvelt, dochter van Jacob van Zuijlen van Nijvelt.
Tr. 2) Aleid (Rixe?) de Rover van Zuijlen, Hendriksdr.
Booth noemt haar weliswaar Rixe, maar schrijft voorts dat haar zoon Jan erfgenaam is van diens
grootmoeder Aleid van Zuilen, weduwe van Floris van der Dussen. Aleid van Zuijlen blijkt in 1407,
na opdracht door haar (oudere?) zuster Agnes beleend te zijn met Batestein.
Aleid was, zo blijkt uit de leenregisters, in eerste echt gehuwd met Wolter van de Wael en in
tweede echt met Floris van der Dussen.